Beluister deze pagina met proReader

Anders omgaan met ruimte

De provincie Groningen heeft in de afgelopen eeuwen meerdere gedaanteverwisselingen ondergaan. Nu staan we wederom aan het begin van een nieuwe metamorfose. Demografische ontwikkelingen, economische trends, klimaatverandering, technologische vooruitgang en uitputting van grondstoffen moeten leiden tot fundamentele andere
keuzen voor de activiteiten en de ruimte. D66 ziet dat de scherpe scheiding tussen de steden en het platteland nog steeds bestaat, maar de onderlinge relaties en de functies zullen sterk wijzigen. Dit vraagt ook om een andere wijze van besturen en een andere inzet van instrumenten en middelen.


Stad en platteland
Zowel de rol van de stad als die van het platteland zijn aan verandering onderhevig. De bevolkingsdichtheid in de stad neemt toe en die op het platteland neemt af. Dit zijn ontwikkelingen die op zich geen bedreiging vormen. Wel is het nodig om passend beleid te maken zodat de samenleving levensvatbaar blijft. 

De stad Groningen vormt het kloppend hart van de provincie. De economie van de stad is het vliegwiel van de provincie. Maar ook is het de kennishoofdstad, de culturele hotspot en het mobiliteitsknooppunt van het Noorden. De tegenpool van de stad is het platteland. 
De ruimtelijke kwaliteit, de rust en de authenticiteit zijn de belangrijkste dragers van het gebied.

De centrale rol van de stad Groningen zal ongetwijfeld toenemen. Een derde van de bevolking woont er en het merendeel van de voorzieningen is hier geconcentreerd. Onderwerpen op het vlak van wonen, werken, mobiliteit en voorzieningen zijn daardoor niet alleen van gemeentelijk, maar ook gezien de uitwerking hiervan tot buiten de stad van provinciaal belang. Het tegenovergestelde is ook waar. Plattelandsgemeenten moeten hun problemen natuurlijk primair zelf oplossen en daarvoor niet alleen naar de provincie kijken. Bij een gezamenlijke aanpak kan de provincie ook een rol spelen.

D66 ondersteunt onverkort de focus op groei rondom de stedelijke kernen en behoud van ruimtelijke kwaliteit daarbuiten. Wat betreft de stad gaat het erom hoe de centrumfunctie beter kan worden ingevuld. Buiten de stad spelen zaken als het gecontroleerd terugbrengen van de woningvoorraad, het bundelen van voorzieningen en het bewaren van de sociale cohesie. Er is een nieuw ruimtelijk kader nodig. Daarom wil D66 vervroegd het omgevingsbeleid herzien. De nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt meer ruimte en D66 wil deze ruimte graag aan de gemeenten geven. Zo moet een gemeente zelf kunnen beslissen hoeveel vierkante meter bebouwing een woning maximaal mag zijn, waar winkels in de gemeente gevestigd kunnen worden of waar stuwende bedrijvigheid zich mag vestigen.


Groningen geeft geen krimp
De verwachting is dat het aantal inwoners en woningen in en om de stad Groningen de komende jaren nog verder zal toenemen. Buiten de stad loopt het aantal inwoners en huishoudens terug, is de voorspelling. Voor de gehele provincie komt dit voorlopig nog neer op groei. Krimp en groei staan niet los van elkaar: er is vooral sprake van een verschuivingsprobleem dat in goede banen moet worden geleid.

D66 vindt dat de provincie de groei in woningvoorraad rondom de groeikernen en de gecontroleerde afbouw van de woningvoorraad daarbuiten in samenspraak met de gemeenten moet coördineren. Groei en krimp vragen om een gecontroleerde en samenhangende aanpak die de overheden onderling en samen met maatschappelijke partners moeten invullen.


In en buiten de kernzones
D66 ondersteunt onverminderd de keuzen van de economische kernzones. Daarbij brengen we in het licht van de laatste maatschappelijke trends wel nuances aan. Ook in de provincie Groningen zien we een grote toename van het aantal ZZP-ers, het ontstaan van nieuwe samenwerkingsverbanden, een verbetering van de digitale
ontsluiting en de trend om vaker tijd- en locatie-onafhankelijk te werken. Voorheen hadden bedrijfsgebouwen (zowel kantoren als industrie) niet alleen veel ruimte nodig, maar belastten ze het milieu aanzienlijk met hun aan- en afvoerbewegingen. Deze aspecten rechtvaardigen nog steeds de stevige rol van de overheid bij het bepalen van de vestigingslocatie.

De nieuwe vormen van ondernemerschap en het groeiend aantal kleine ondernemingen hebben veel minder ruimtelijke impact en kunnen 'onzichtbaar' worden ingebed in de omgeving. D66 ziet deze ondernemingen dan ook niet als 'hinderlijke' elementen, maar juist als grote kans voor het behouden en versterken van de vitaliteit in dunner bevolkte gebieden. Ondernemende mensen zijn cruciaal voor de leefbaarheid in deze gebieden, omdat zij de drijvende kracht vormen achter het verenigingsleven en allerhande activiteiten. D66 pleit er dan ook voor om deze bedrijvigheid overal in de provincie toe te staan en binnen herstructurerings- en revitaliseringsprogramma's specifiek aandacht te hebben voor de ruimtelijke facilitering van deze groep bedrijven.

Om in dunbevolkte gebieden succesvol te worden en blijven moeten er ook mogelijkheden zijn om 'krimpresistent' te ondernemen. Dit wil zeggen dat bedrijven minder afhankelijk kunnen zijn van de lokale omgeving, doordat men ingeplugged is in bovenregionale en grensoverschrijdende netwerken. Goede ICT-faciliteiten en glasvezelverbindingen zijn hiervoor een basisvoorwaarde. D66 wil om de leefbaarheid op het platteland te behouden daarom, naast investeringen in de kernzones, ook investeringen in de verbetering van de ICT-infrastructuur buiten deze zones ondersteunen.


Ruimtelijke identiteit
Om meer draagvlak te krijgen voor ruimtelijke keuzen is het nuttig om mensen te vragen zelf aan te geven wat de identiteit van hun plaats of gebied is. Vanuit deze identiteit kan de provincie accenten aanbrengen om de aantrekkelijkheid te verbeteren.
Bijvoorbeeld:
Stad Groningen: kloppend hart: economische vliegwiel, kennishoofdstad, culturele hotspot en het mobiliteitsknooppunt
Delfzijl: chemisch en duurzaamheidscluster
Eemshaven: Energy Main Port
Noord-Groningen: Wierden en Waddenzee
Oldambt: cultuurhistorie en nieuw elan
Kanaalstreek: linten en kanalen
Hoogezand-Sappemeer en Veendam: scheepvaart en industrie
Westerkwartier: wonen en werken tussen de coulissen
Hogeland: ruimtelijke kwaliteit


Klimaatverandering is functieverandering
Door de zeespiegelstijging en de noodzakelijke aanpassingen die daarvoor nodig zijn, neemt de zoute kwel-problematiek toe. Er moet steeds meer zoet water naar Groningen worden gebracht, wat steeds kostbaarder wordt en maatschappelijk moeilijk te verdedigen is.

D66 staat een andere aanpak voor. Wij zien deze problematiek als een kans voor de landbouw. Een kans om andere gewassen te telen en nieuwe ontwikkelingsrichtingen in te slaan. Zoutwaterlandbouw, zoals algenteelt, kan bijvoorbeeld een belangrijke bijdrage leveren aan voedsel- en energievraagstukken. D66 wil dat de provincie deze kans actief benut door het omschakelen van delen van de traditionele landbouw naar zoutwaterlandbouw te faciliteren en te bevorderen.


Kustbescherming 
Als gevolg van de zeespiegelstijging is het noodzakelijk om te investeren in een betere kustbescherming. D66 denkt hierbij niet alleen aan dijkverhoging en -versterking, maar ook aan alternatieve methoden. Meer kwelderontwikkeling is een prachtig voorbeeld van een integrale benadering waarbij kustverdediging hand in hand gaat met
natuurontwikkeling. D66 ziet ook kansen voor het combineren van functies door bijvoorbeeld zeer brede dijken met bebouwing aan te leggen of dijken waarin leidingstraten worden opgenomen.


Natuur en cultuurhistorie
Natuur en cultuurhistorie zijn door de eeuwen heen ontstaan en zijn geëvolueerd tot ons huidige natuur- en cultuurlandschap. Die geleidelijke verandering gaat nog steeds door.

Natuurbeheer is wat anders dan tuinieren. Natuur ontwikkelt zich langs ecologische principes. De teruglopende biodiversiteit is een gevaar voor natuurlijke kringlopen en het evenwicht in het totale natuurlijke systeem. Hoewel we als gevolg van de klimaatverandering nieuwe planten en dieren in onze provincie hebben gekregen, neemt de soortenrijkdom ook bij ons af.

D66 wil dat de provincie haar natuurbeleid richt op het voorkomen van de afname van de biodiversiteit. Dat betekent niet dat in alle gevallen de huidige situatie gelijk moet bijven. Dat is gezien de natuurlijke migratie van flora en fauna onmogelijk. Wel betekent dit dat de provincie randvoorwaarden schept voor ontwikkeling. Daarom kiest D66 onverkort
voor het doorzetten van de Ecologische Hoofdstructuur en de robuuste verbindingen daartussen. De provincie moet hiermee doorgaan, ook als de financiering onverhoopt uitblijft en de uitvoering wordt vertraagd.

Verder wil D66 de gaafheid van de diverse landschapstypen blijvend beschermen, ook als deze door cultivering in plaats van ecologie zo zijn ontstaan. In de gebieden waar de landschappen minder gaaf zijn, zien wij ruimte voor transitie. In die gebieden is meer vrijheid met betrekking tot het invullen van nieuwe landschapsbeelden.



print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave

groen duurzaam

Kies een datum

RSS
 

online netwerken

Lokaal


Landelijk